Nederlands gedeelte van het Belgisch parlementair rapport uit 1997 over sekten.
De [xxx] -313 /7 -95 /96 geven de pagina nummer aan, andere [ ]'s zijn mijn toevoeginging.
Belgische Kamer
van Volksvertegenwoordigers
GEWONE ZITTING 1996-1997 (*)
28 APRIL 1997PARLEMENTAIR ONDERZOEK
met het oog op de beleidsvorming
ter bestrijding van de onwettige
praktijken van de sekten en van de
gevaren ervan voor de samenleving
en voor het individu, inzonderheid
voor de minderjarigen
[ 302 ] -313 /7 -95 /96 10) School voor Filosofie De School voor Filosofie werd in 1837 [dit klopt niet, de 'School' bestaat pas sinds deze eeuw - MG] in Engeland opgericht door A. Mac Laren onder de benaming « School for Economic Science » en is onder meer in Frankrijk, Nederland, Malta en ons land gevestigd. Ze zou zich blijkbaar in de eerste plaats richten tot mensen uit gegoede kringen. Het contact met de beweging verloopt via een inleidende cursus tot de praktische filosofie, gespreid over zes trimesters, naar rato van een les van twee uur per week. De mogelijkheid bestaat evenwel te stoppen na een eerste cyclus van zes lessen. Voor die cursussen werd onder meer geadverteerd in De Standaard, het tijdschrift van de Bond voor grote en jonge gezinnen of nog in culturele tijdschriften in de stad Antwerpen. Volgens een getuige werden de lessen die hij volgde aanvankelijk aan de UFSIA (Universitaire Faculteit St.-Ignatius Antwerpen) gegeven. Na vier tot vijf lessen werd hij uitgenodigd in een herenhuis in Antwerpen. Naar verluidt zou de cursus momenteel nog in de Sint-Thomasstraat in Antwerpen worden gegeven en wel verschillende keren per week. De getuige meldt dat in het eerste cursusjaar dat hij samen met een dertigtal andere leerlingen heeft gevolgd, hij geenszins de indruk had met een sektarische organisatie te maken te hebben. In het tweede cursusjaar, is de leraar - tutor genoemd - evenwel begonnen met onderwerpen aan te snijden zoals levitatie en zeer diepgaande concentratieoefeningen te houden. Ook al leken die aanvankelijk steek te houden, gaandeweg werd duidelijk dat ze wat anders nastreefden. Volgens de getuigenis speelt de tutor een centrale rol in dat proces. Hij spoort de leerlingen aan te luisteren, hun mening te uiten, maar belet elke vorm van kritiek op de anderen of vooral op de beweging. Bovendien worden antwoorden op moeilijke of lastige vragen voortdurend uitgesteld. In datzelfde jaar werd eenieder ook toegerust met een persoonlijke « mantra ». Het ging om een fonetische klank die honderden, zelfs duizenden malen moest worden herhaald tot het iedereen de strot uitkwam. Toen zijn sommige « leerlingen » gaan twijfelen aan het echte doel van die lessen. De getuige verklaart dat hij de indruk had dat men zijn geest « leegzoog » om er iets nieuws in te pompen. Ook wijst hij erop dat gepoogd werd de groep een superioriteitsgevoel in te prenten : er zijn er aan wie de waarheid onthuld is en anderen die in de duisternis blijven verkeren... Voor het overige wordt geen godheid in het bijzonder aangeroepen; de organisatie verwijst naar een scheppend beginsel, naar een « groot licht », waarbij alles doorweven is van de leer van een aantal oosterse wijzen. Na het tweede cyclusjaar vindt trouwens een « initiati e » plaats; daaraan neemt nog slechts de helft van de bij de aanvang van de cyclus ingeschrevenen deel. De plechtigheid inspireert zich op het hindoeïsme : er worden teksten in het Sanskriet voorgelezen, bloemblaadjes worden rondgestrooid, de foto van een « achtbaar » maar onbekend personage wordt vereerd, wierookstaafjes worden verbrand... Een getuige verklaart toentertijd te zijn gevraagd naar aanleiding van zijn initiatie het volgende mee te brengen : een witte zakdoek, een vrucht en een kwart van zijn maandsalaris. Pas na die initiatie worden de volgelingen echt in de sekte opgenomen. Men begint hen dan extra prestaties te vragen : het derde jaar wordt aan sommige leden gevraagd koffie te schenken aan de leerlingen van de eerste twee jaren; het vierde jaar wordt hen botweg gevraagd tijdens het weekeinde de lokalen te poetsen. In het vijfde studiejaar zou een specifieke cursus voor vrouwen worden georganiseerd. Men overtuigt ze ervan dat ze niet de gelijken zijn van de man en dat ze aan hem onderworpen zijn; men zegt hen ook hoe lang hun borstvoeding mag duren en hoe vaak ze seksuele betrekkingen mogen hebben. Als ze die bevelen opvolgen, hebben ze alle kans « zich in een man te kunnen reïncarneren ». Volgens de getuige illustreert dat perfect de wil van de sekte om haar volgelingen en hun leven te domineren. De toetreding tot de groep leidt voor sommigen tot een volstrekte desinteresse voor hun familie en huiskring. De getuigenis maakt zelfs gewag van seksueel misbruik van minderjarige kinderen. De financiële kant van de onderneming is wat minder duidelijk; de sekte zou worden gesteund door milde sponsors, onder wie een steenrijke Nederlandse bankier, de heer Van Oyen. In kranten- en tijdschriftartikelen wordt melding gemaakt van echtscheidingen, geestelijke ontwrichting en zelfmoorden nadat de « School voor filosofie » werd bezocht. In het werk « Secret Cult » zijn de getuigenissen opgenomen van mensen die in Engeland door de beweging werden bedrogen.